Bouwmisdrijf

Een bouwmisdrijf is een handeling die of een verzuim dat door het decreet op de ruimtelijke ordening strafbaar wordt gesteld.

De stedenbouwwet is tot stand gekomen in 1962. Alle gebouwen die van daarvoor dateren worden daarom normalerwijze beschouwd als vergund. Na 1962 mochten natuurlijk geen verbouwingswerken meer uitgevoerd worden zonder vergunning. Men kan alsnog een regularisatievergunning aanvragen, of men deze vergunning zal kunnen krijgen, hangt van het concrete geval af.

Voor gebouwen die dateren tussen 1962 en de datum van het van kracht worden van het gewestplan (30 september 1977) bestaat een aparte, iets complexere regeling.

Enkele voorbeelden die strafbaar zijn:
- Iets anders of minder bouwen dan wat vergund is;
- Voortdoen nadat de vergunning is geschorst door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar of door de Raad van State;
- De werken voortzetten nadat de vergunning is vernietigd;
- De bouwwerkzaamheden hervatten, hoewel de vergunning is vervallen omdat het gebouw niet tijdig winddicht is gemaakt.

De leden van de federale en de lokale politie zijn bevoegd om stedenbouwmisdrijven op te sporen. Zij kunnen ook de onwettige werken of handelingen stilleggen.

De straffen kunnen variëren van een gevangenisstraf en/of een geldboete. Naast de straf kan ook een herstelmaatregel worden bevolen. Bij de herstelmaatregel kan de afbraak of een meerwaardesom worden gevorderd.

Alle gevallen waarvan de gemeente weet dat er een proces-verbaal of een bouwmisdrijf bestaat, werden opgenomen in het vergunningenregister.