Stadsgedicht

Een manifest voor de poëzie

Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen schreef Daan een manifest voor de poëzie. 

punt één

 

dit is in de eerste plaats een oproep

een oproep aan de leden van onze gemeenteraad aan al wie zich kandidaat stelt

 

is het niet eens tijd voor een poëtische partij

            voorbij de letterwoorden

            naar een nieuw stelsel waarin de kracht van woorden nieuw vuur vat

 

decreten in vrij vers

volksraadplegingen volgens het voorbeeld van maarten inghels

            gehuld in een laag ambiguïteit maar met een duidelijk doel

 

verrijk mij

verrijk mij alsof ik de stad ben in de handen van een stadsdichter

 

maak van het bestaan hier een kunst zoals er nog geen bestaat

 

wees een voorvechter van de poëzie

            ik ben uw stadsdichter maar daar eindigen mijn mogelijkheden

            ik voorzie de stad van mijn woorden

            ik verwacht van u een nieuw groots tijdperk voor het woord

 

als ik dat vragen mag

 

punt twee 

 

het is eigenlijk geen oproep maar een vraag of toch meer een eis

een wens: ik wil meer poëzie zien

 

ik wil een burgemeester die de overwinning viert met overdonderende woorden van opluchting

            ik wil de nieuwe verkozene zien schreeuwen als van ostaijen

           

met de woorden: ik wil bloot zijn en beginnen

 

want dat is wat er zal gebeuren – we zullen allemaal opnieuw even bloot zijn en moeten beginnen

            laten we dat koesteren in woorden

 

plechtige inhuldigingen van gebouwen meemaken waarbij grenzeloze metaforen

de degens kruisen met de noodzakelijke bedankingen en als het niet anders kan enkele clichés

 

ik zou alles geven om de bestuurders van deze stad gehuld te zien in een smog van woorden

op windstille winterdagen – geef ons een poëtisch antidotum voor het rumoer

            draag de woorden waarmee jullie zo begenadigd zijn in fucntie een warm hart toe daarbuiten

            maak poëtisch misbruik van jullie positie

                        we zullen het toelaten

 

            oreer verkondig declareer bezing laat het praten en al zeker het mededelen

 

hul deze stad in nog meer zinspeling dan ze dragen kan

 

punt drie

 

we zijn hier met zovelen – zoveel zielen met hun eigen roerselen

 

het is mijn taak te hotsen en hutsen in deze pot

de schoonheid ervan naar boven te brengen

 

ik denk dat u me daarin kan helpen

 

            laat ons poëzie de stad insturen voorbij de publieke ruimte

            laten we ons in de huiskamers nestelen

            de tuinschuren

            de lekkende oktoberdakgoten

            het ronken van een asgrijze kat tegen een gevelraam

 

breng niet enkel de woorden in deze ruimte dit afgebakende gebied

ga verder

 

ik wil politieke transgressie die alle verbeelding tart in de meest waanzinnige manieren

            ik zie nieuwsjaarsrecepties op een knus gerenoveerde zolderkamer

            ik zie burelen naast het keukenfornuis van een tachtigjarige ex-bouwvakker

            een monty python circus aan nieuwe contexten voor de wetgeving

                        een nieuw kader

 

doorbreek het alledaagse

 

het zal ons deugd doen

            het zal de woorden deugd doen een nieuwe betekenis te kunnen krijgen

 

punt vier

 

hier wil ik een nieuwe oproep de wereld insturen

 

ik vroeg om een poëtische partij

            maar misschien zoek ik eerder naar de poëzie in wat er reeds bestaat

 

            (het is wat ik doe

            het is wat ik zo goed mogelijk tracht te doen voor onze stad – de poëzie

            te vinden waar ze eigenlijk al bestaat)

 

laten we dat samen doen

dus een nieuwe motie: een afgevaardigde van poëtische zaken en ander rijmelarij

            geen stadsdichter

            een poëtisch gemeenteraadslid

            een volledige poëtische raad – nogmaals grenzen zijn hier louter suggestief

 

transgressie staat centraal/gecentreerd

 

mensen geadviseerd volgens de knepen van het dichtende vak

            diplomaten van de metafoor

            poëtiekers – geef het een naam en breng het tot bestaan

 

ziet u dat is de kracht van taal – creëren wat er ook maar opkomt

 

het is maar een idee – maar dat is genoeg

 

punt vijf (ook wel finale genoemd)

 

dit is het dan

mijn eindpunt – een zogenaamde finale (ook ik ben gebonden beloften na te komen)

 

er is zeker en vast een sluitend einde te bedenken voor iets als dit manifest

            deze oproep

maar de vraag is of dat een noodzaak is

of er een einde hoort te bestaan aan het manifesteren van poëzie in de ziel van onze stad

            in de daden en woorden van onze bestuurders

kan het ooit genoeg zijn

zullen we ooit voldaan zijn

 

mijn honger hunkert steeds verder – ik zie hier enkel een begin

 

een finaal begin een genadeloos begin onophoudelijk wil ik dit steeds opnieuw

 

ik zeg u nog een enkel iets: ik hoop dat ik uw woorden steeds opnieuw kan proeven

            mogelijks beproeven

om te beseffen dat ik hier niet alleen sta

 

dat mijn woorden – dat onze woorden – de betekenis van deze stad in zich dragen

 

Daan Janssens - 2018