Studie cultuurhuis

Een cultuurhuis voor Hoogstraten?

Toen we in 2016 startten met een ruim onderzoek naar de toekomstmogelijkheden van een gemeenschapscentrum of cultuurhuis in Hoogstraten begonnen we met een onbeschreven blad. De centrale vraag was: in welke richting moet een cultuurhuis in Hoogstraten evolueren? 

In vier fasen onderzoeken we wat een cultuurhuis in Hoogstraten kan zijn en waar zoiets zou kunnen. De resultaten van de eerste fase kunnen we alvast delen met jullie.  

Een studie in vier fasen

Fase 1: Profielonderzoek

In de eerste fase onderzochten we samen met IOK en IDEAConsult wat een cultuurhuis in Hoogstraten zou moeten zijn. Wat zijn de verwachtingen van de inwoners? Waar zitten de noden bij de verenigingen? Welke rol kunnen wij nog spelen in de ruimere regio? Kortom: wat voor huis zouden wij moeten zijn of worden? 

Om dit te bepalen voerden we verschillende onderzoeksdaden uit: we bevroegen jullie, onze inwoners, middels een enquête, ook de verenigingen kregen een vragenlijst voorgeschoteld, we bezochten naburige centra en gingen op bezoek bij cultuurcentra door heel Vlaanderen. 

De vele resultaten die we op die manier verzamelden werden vakkundig samengebracht en geanalyseerd door IDEAConsult en ook voorgelegd aan een panel van externe experten. 

Een aantal belangrijke vaststellingen uit de studie: 

  • Hoogstraten verdient een regionale ambitie op gebied van cultuur. 
  • Samen met de realisatie van het cultuurhuis moet het ruimere cultuurbeleid ook de nodige aandacht blijven krijgen: het is én en én. Een cultuurhuis realiseren kan niet ten koste gaan van de ondersteuning van het verenigingsleven of de decentrale infrastructuur in de deeldorpen. 
  • Vermijd een 'stand-alone'-zaal waar enkel 's avonds iets te beleven valt. Het centrum moet een levendige plaats zijn. 
    • Dit realiseer je onder andere door verschillende (culturele) functies te bundelen op één locatie. 
    • En door te kiezen voor een centrale ligging. Het gebouw moet als het ware 'doorwaadbaar' zijn: een verlengde van de openbare ruimte dat op de natuurlijke looplijnen van de inwoners ligt. Het centrum moet een duidelijk gezicht hebben naar de omgeving en ingebed zijn in de directe omgeving. 
    • Een centrum heeft ook nood aan gespecialiseerde concepten, bijvoorbeeld het idee van 'een derde plek' van Ray Oldenburg. 

Fase 2: Globaal ruimtelijk onderzoek

Bij aanvang van fase 2 stelden we onszelf de vraag: hoe gaan we de vaststellingen en aanbevelingen uit de eerste fase concreet vertalen naar de Hoogstraatse context? Hieruit volgde een interessante denkoefening waarbij de verschillende gemeentelijke culturele functies in Hoogstraten werden opgelijst en nader bekeken. Welke cultuuraanbieders zijn er? Waar zitten ze nu? Zou een eventuele herlokalisatie opportuun zijn? Zit er meerwaarde in koppelingen met andere (culturele) functies? 

Voor iedere culturele functie maakten we een SWOT-analyse en bepaalden we het huidige en gewenste aantal vierkante meters. Zo kregen we een hele reeks 'bouwstenen' waar we mee aan de slag konden gaan. Hiermee werd gepuzzeld en we dachten na over welke koppelingen in eerste instantie aangewezen zouden zijn en welke we bij uitbreiding zouden kunnen bekijken. Hier kwam een prioritair scenario uit naar voren dat we voor het verdere verloop van de studie als richtlijn aanhielden. 

Voor het locatieonderzoek gingen we uit van een richtcijfer van 2000m². Dit is het absolute minimum om een zaal met nodige randinfrastructuur (foyer, loges, horeca,...) te kunnen realiseren. Tijdens het locatie-onderzoek in fase 3 wordt gekeken waar er dan eventueel nog meer plaats is om eventuele koppelingen te realiseren. 

Fase 3: Locatieonderzoek

Met de kennis van de benodigde vierkante meters konden we aan de slag gaan om het Klein Stedelijk Gebied Hoogstraten (KSGH) te screenen op mogelijke locaties. Hierbij was er geen voorafname op de gronden. Dit wil zeggen dat zowel braakliggende stukken grond, als bebouwde percelen werden meegenomen. Ook werd zowel eigen partimonium van de stad meegenomen als particuliere percelen. IOK voerde deze analyse zeer grondig uit en koppelde daarbij regelmatig terug naar het stadsbestuur. 

De screening van het KSGH leverde uiteindelijk een lijst van 34 potentiële locaties op. Voor deze lijst was het enige criterium voldoen aan het vereiste aantal vierkante meters. Natuurlijk leerden we uit fase 1 heel wat andere zaken zoals de centrale ligging, de doorwaadbaarheid van het gebouw en de situering op natuurlijke looplijnen. Deze en andere criteria zoals mobiliteit en parkeermogelijkheden werden vervolgens laag per laag over de locaties gelegd. Dit resulteerde telkens in een steeds korte lijst van locaties. 

Uiteindelijk bleven er 5 potentiële locaties over die voldoende vierkante meters bieden én voldoen aan de andere criteria uit fase 1. Om de verdere stappen van een mogelijke ontwikkeling niet in het gedrang te brengen kunnen we momenteel nog niet zeggen welke locaties er in fase 3 bekeken werden. We hopen natuurlijk dat we ze binnenkort kunnen delen met jullie. 

Fase 4: Definitief ruimtelijk ontwikkelingsscenario

Ondanks het feit dat we er nog niet te veel over kunnen lossen werken we samen met IOK naarstig verder aan fase 4. Hierbij voeren we onder andere ontwerpend onderzoek uit op de overgebleven locaties. We kijken op welke manier een cultuurhuis eventueel zou ingepast kunnen worden op de sites en welke invloed dit heeft op bijvoorbeeld de omgeving. Meer informatie over deze fase volgt normaalgezien later dit jaar. 

Ontdek de werkgroep achter de studie

De studie wordt van nabij opgevolgd door verschillende organen. Aan de basis ligt de werkgroep. Hierin zetelen de cultuurfunctionaris en de coördinator cultuur en vrije tijd, twee afgevaardigden van het schepencollege en twee medewerkers van IOK. Deze kerngroep neemt het uitwerken van de onderzoeksdaden voor zijn rekening, analyseert de resultaten en bewaakt de timing van de studie. Voor fase 1 werd de werkgroep aangevuld met medewerkers van IDEAConsult, een onderzoeks- en adviesbureau met een enorme expertise van het culturele veld in Vlaanderen. Voor fase 3 en 4 sloot ook de manager ruimte van de stad aan bij de werkgroep. De werkgroep rapporteert aan de stuurgroep en het schepencollege. 

De stuurgroep omvat de leden van de werkgroep aangevuld met een politieke afvaardiging van iedere zetelende partij in de gemeenteraad en afgevaardigden van de cultuurraad, ouderenraad en jongerenraad. Zij krijgen na iedere grote stap een terugkoppeling over het proces. Op die momenten kunnen zij ook vragen stellen of wijzigingen voorstellen. Op deze manier bewaken we dat iedereen goed mee is in het proces. 

De gezetten stappen en bevindingen worden op regelmatige basis teruggekoppeld aan het schepencollege. Zo zijn zij steeds goed op de hoogte en kunnen zij gefundeerde beslissingen nemen over het verdere verloop van de studie en het cultuurhuis.